DatakoningGratis factuur maken

Btw berekenen

Vul een bedrag in en je ziet meteen het btw-bedrag, de prijs zonder btw en de prijs met btw. Van exclusief naar inclusief vermenigvuldig je met 1 plus het tarief; terug deel je erdoor.

Bedragen 2026 en 2027 · gecontroleerd op 24 oktober 2026 Bron: Belastingdienst

Btw berekenen

Dit bedrag is
Btw-tarief

Btw-bedrag

–

Exclusief btw–
Btw–
Inclusief btw–

Rekenregel: exclusief × 1,21 = inclusief. Terugrekenen: inclusief ÷ 1,21.

Ondernemer berekent btw, met het basisbedrag en de btw als aparte stapeltjes munten.

Btw berekenen doe je met één rekensom: het bedrag zonder btw keer 1 plus het tarief is het bedrag met btw. Terugrekenen gaat andersom: je deelt door datzelfde getal. De btw calculator hierboven doet beide voor je, met het hoge tarief van 21%, het lage tarief van 9% en het nultarief.

Btw berekenen in drie stappen

  1. Vul het bedrag in.
  2. Kies of dat bedrag exclusief btw is (zonder btw, zoals op je offerte) of inclusief btw (met btw, zoals op een kassabon).
  3. Kies het tarief.

Je ziet dan het btw-bedrag, de prijs zonder btw en de prijs met btw. Onder de uitkomst staat de rekenregel die bij jouw tarief hoort.

Van exclusief naar inclusief btw

De formule is: exclusief × (1 + tarief) = inclusief.

Voorbeeld met het hoge tarief van 21%: je rekent € 800 voor een klus. Dan is de btw € 800 × 0,21 = € 168, en zet je € 968 als totaal op de factuur.

Met het lage tarief van 9% wordt € 800 zonder btw € 800 × 1,09 = € 872 met btw.

Excl btw berekenen: van inclusief terug naar exclusief

De formule is: inclusief ÷ (1 + tarief) = exclusief.

Voorbeeld: je koopt een laptop van € 1.210 inclusief btw. Zonder btw is dat € 1.210 ÷ 1,21 = € 1.000. De btw is het verschil: € 210.

Een veelgemaakte fout is het percentage van het totaal aftrekken. Dan reken je € 1.210 − 21% = € 955,90. Dat klopt niet, want de btw is berekend over het bedrag zónder btw, niet over het totaal. Deel dus altijd door 1,21 (of 1,09 bij het lage tarief).

Wil je alleen weten hoeveel btw er in een bedrag met btw zit? Vermenigvuldig dan met 21/121 bij het hoge tarief en met 9/109 bij het lage tarief.

Btw berekenen 21%: het hoge tarief

Het hoge tarief van 21% is het gewone tarief. Het geldt voor alles wat niet uitdrukkelijk onder het lage tarief of het nultarief valt, of wat vrijgesteld is. De meeste zzp’ers rekenen dit tarief: adviseurs, ontwerpers, bouwers, ontwikkelaars, fotografen en tekstschrijvers.

Btw laag tarief: wanneer geldt 9%?

Het lage tarief van 9% geldt alleen voor goederen en diensten die de wet aanwijst. Volgens de Belastingdienst gaat het onder meer om:

  • voedingsmiddelen en dranken zonder alcohol, ook eten in de horeca en afhaalmaaltijden;
  • water;
  • geneesmiddelen en medische hulpmiddelen;
  • boeken, kranten en tijdschriften, ook e-books;
  • bloemen, planten en bloembollen;
  • kunst, verzamelvoorwerpen en antiek;
  • de kapper en reparatie van fietsen, schoenen, lederwaren en kleding;
  • kampeerplaatsen;
  • toegang tot culturele en recreatieve evenementen, en tot sport- en badaccommodaties;
  • personenvervoer, zoals een taxirit.

Twijfel je of jouw product of dienst eronder valt? Kijk dan in de lijsten van de Belastingdienst (zie de bronnen onderaan) of vraag het een boekhouder. Reken je per ongeluk het lage tarief terwijl het hoge geldt, dan betaal je het verschil zelf.

Het nultarief: 0% btw

Bij 0% reken je geen btw, maar je mag de btw op je eigen kosten wel terugvragen. Het nultarief geldt vooral bij internationale handel: goederen die je naar het buitenland levert en een aantal diensten bij de in- en uitvoer van goederen buiten de EU. Je moet met je administratie kunnen laten zien dat het nultarief terecht is.

Dat is iets anders dan vrijgesteld. Met een vrijstelling, zoals de kleineondernemersregeling (KOR), reken je ook geen btw, maar vraag je de btw op je kosten niet terug. En bij btw verlegd reken je geen btw omdat je klant die aangeeft; zie btw verlegd.

Wat is er veranderd in 2026?

Per 1 januari 2026 zijn twee dingen veranderd:

  • Logies naar het hoge tarief. Hotelkamers, vakantiewoningen en stacaravans, ook kort verblijf tot zes maanden, gingen van 9% naar 21%. Los aangeboden extra’s zoals ontbijt of het zwembad blijven onder het lage tarief vallen.
  • Cultuur, media en sport blijven laag. De geplande verhoging voor bijvoorbeeld boeken, theater en sportlessen is teruggedraaid.

Voor 2027 zijn geen nieuwe tariefwijzigingen gevonden: het hoge tarief blijft 21% en het lage 9%. Het Belastingplan 2027 stelt wel voor om bloemen en planten per 2028 naar het hoge tarief te brengen. Dat is nog een voorstel.

Btw-aangifte: wanneer en hoe vaak

Wat je aan btw ontvangt, draag je af via de btw-aangifte. De btw die je zelf op zakelijke kosten betaalt, trek je daar weer van af. Die btw op kosten heet voorbelasting.

Meestal doe je per kwartaal aangifte. De aangifte én de betaling moeten binnen zijn op de laatste dag van de maand na het kwartaal. Voor 2026 zijn dat deze datums:

KwartaalUiterlijk aangifte en betaling
1e kwartaal 202630 april 2026
2e kwartaal 202631 juli 2026
3e kwartaal 202631 oktober 2026
4e kwartaal 202631 januari 2027

Je kunt ook per maand aangifte doen. Dat moet soms, bijvoorbeeld als je aangifte of betaling eerder niet op tijd binnen was. Draag je heel weinig btw af, dan kun je onder voorwaarden vragen om één aangifte per jaar. Dat vraag je aan bij de Belastingdienst.

Valkuilen en wanneer een boekhouder helpt

  • Een rond bedrag met btw afspreken. Spreek je met een klant € 500 af, zeg dan of dat met of zonder btw is. Met btw houd je bij het hoge tarief € 413,22 over.
  • Btw op je kosten vergeten. Bewaar je bonnen. Zonder factuur mag je de btw niet aftrekken.
  • Gemengde tarieven op één factuur. Zet per tarief het bedrag en de btw apart op de factuur. Wat er nog meer op moet, zie je bij wat moet er op een factuur.
  • Buitenlandse klanten. Bij zakelijke klanten in een ander EU-land geldt vaak btw verlegd. Twijfel je over het land waar de btw moet worden betaald, vraag het dan een boekhouder.

Reken je elk kwartaal handmatig de btw uit, dan scheelt een boekhoudprogramma veel tijd: dat telt de btw per factuur en per bon op en vult de aangifte voor je in. In het overzicht van boekhoudprogramma’s zie je welke pakketten dat doen en wat ze kosten.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je het bedrag exclusief btw?
Deel het bedrag inclusief btw door 1 plus het tarief. Bij het hoge tarief deel je dus door 1,21. Trek niet het percentage van het totaal af: dan kom je te laag uit. In de rekenhulp bovenaan kies je inclusief btw en zie je het bedrag zonder btw.
Hoe reken ik 21% btw uit over een bedrag?
Vermenigvuldig het bedrag zonder btw met 0,21 voor het btw-bedrag, of met 1,21 voor het totaal met btw. Over € 100 is de btw dus € 21 en het totaal € 121.
Wanneer geldt het lage btw-tarief?
Het lage tarief geldt onder meer voor eten en drinken (zonder alcohol), boeken en tijdschriften, geneesmiddelen, bloemen en planten, de kapper, fietsreparatie en toegang tot musea, concerten en sportaccommodaties. Hotelovernachtingen vallen sinds 2026 onder het hoge tarief. De volledige lijst staat bij de Belastingdienst.
Wat is het verschil tussen 0% btw en vrijgesteld van btw?
Bij 0% reken je geen btw, maar mag je de btw op je kosten wel terugvragen. Het geldt vooral bij export en internationaal vervoer. Ben je vrijgesteld, bijvoorbeeld met de KOR, dan reken je ook geen btw, maar vraag je de btw op je kosten niet terug.
Wanneer moet ik btw-aangifte doen?
Meestal per kwartaal. De aangifte en de betaling moeten binnen zijn op de laatste dag van de maand na het kwartaal. Over het eerste kwartaal doe je dus uiterlijk 30 april aangifte.

Bronnen en controle

Bedragen gecontroleerd op 24 oktober 2026. De bedragen voor 2027 komen uit het Belastingplan 2027 en zijn voorlopig tot het is aangenomen.

Datakoning geeft geen belastingadvies. De uitkomsten zijn een indicatie. Twijfel je, vraag het een boekhouder of de Belastingdienst.