
Marge berekenen gaat zo: verkoopprijs min inkoopprijs, gedeeld door de verkoopprijs. Koop je een product in voor € 60 en verkoop je het voor € 100, dan verdien je € 40 en is je marge 40%. De rekenhulp hierboven rekent het in twee richtingen: van prijzen naar marge, en van een gewenste marge naar een verkoopprijs.
Marge berekenen met de rekenhulp
Kies eerst wat je wilt weten.
- Mijn marge: je vult de inkoopprijs en de verkoopprijs in, allebei zonder btw. Je ziet je marge, je brutowinst per stuk en je opslag.
- Mijn verkoopprijs: je vult de inkoopprijs en de marge in die je wilt halen. De rekenhulp geeft de verkoopprijs zonder btw.
In de tabel staat onderaan ook de verkoopprijs met 21% btw. Verkoop je iets met het lage tarief van 9%, zoals boeken of bloemen, reken het bedrag met btw dan uit met de btw-rekenhulp.
Marge en opslag: wat is het verschil?
Marge en opslag gaan over dezelfde winst, maar je vergelijkt die met een ander bedrag.
- Marge = winst ÷ verkoopprijs. Welk deel van je verkoopprijs is voor jou?
- Opslag = winst ÷ inkoopprijs. Hoeveel procent zet je bovenop je inkoop?
Bij inkoop € 60 en verkoop € 100 is de winst € 40. De marge is 40% (40 van 100), de opslag 66,7% (40 van 60).
De opslag is altijd hoger dan de marge. Dit lijstje helpt bij het omrekenen:
| Marge | Opslag |
|---|---|
| 20% | 25% |
| 25% | 33,3% |
| 33,3% | 50% |
| 40% | 66,7% |
| 50% | 100% |
De formule: opslag = marge ÷ (1 − marge). Andersom: marge = opslag ÷ (1 + opslag).
De bekendste rekenfout
Wie 40% marge wil, rekent vaak: € 60 plus 40% is € 84. Maar dan is je winst € 24, en dat is maar 28,6% van € 84. Je zit dus ver onder je doel.
De juiste som: inkoopprijs ÷ (1 − marge). Dus € 60 ÷ 0,6 = € 100. Dat doet de rekenhulp als je “Mijn verkoopprijs” kiest.
Houd de btw buiten je marge
Reken altijd met prijzen zonder btw. De btw die je klant betaalt, draag je af aan de Belastingdienst. De btw op je inkoop krijg je meestal terug. Geen van beide is dus omzet of kosten.
Stel, je verkoopt een product voor € 100 zonder btw. Je particuliere klant betaalt € 100 plus 21% btw. Reken je je marge over het bedrag met btw, dan lijkt hij hoger dan hij is. Haal de btw er dus eerst af met de btw-rekenhulp, en reken dan pas.
Een uitzondering: gebruik je de KOR (de kleineondernemersregeling), dan reken je geen btw en krijg je ook geen btw terug op je inkoop. Dan is je inkoopprijs inclusief btw je echte kostprijs.
Niet verwarren met de margeregeling. Handel je in gebruikte goederen die je zonder btw hebt ingekocht, zoals tweedehands spullen van particulieren, dan kun je de margeregeling gebruiken. Je betaalt dan btw over het verschil tussen inkoop en verkoop, niet over de hele verkoopprijs. Dat is een btw-regel met eigen voorwaarden, zie de Belastingdienst.
Winstmarge berekenen over een heel jaar
De marge per product heet ook brutomarge. Daar moet je nog meer van betalen: huur, verzekeringen, software, marketing en je eigen inkomen. Wat overblijft na al die kosten is je nettowinstmarge.
Een voorbeeld voor een kleine webwinkel:
| Per jaar | |
|---|---|
| Omzet (zonder btw) | € 80.000 |
| Inkoop van de verkochte producten | − € 48.000 |
| Brutowinst (brutomarge 40%) | € 32.000 |
| Overige kosten: webwinkel, verzending, marketing | − € 12.000 |
| Winst voor belasting | € 20.000 |
| Nettowinstmarge | 25% |
Die € 20.000 is de winst waarover je nog inkomstenbelasting betaalt. Wat je netto overhoudt, zie je met de rekenhulp bruto-netto voor zzp’ers. Is dat te weinig, dan heb je drie knoppen: een hogere marge, meer omzet of lagere kosten.
Marge op diensten
Verkoop je vooral je eigen tijd, dan heb je weinig inkoop en zegt een marge per product weinig. Reken dan liever vanaf je uurtarief: wat moet je per uur vragen om je kosten en je inkomen te halen? Dat doe je met de rekenhulp uurtarief berekenen. Zet je materiaal door aan een klant, dan kun je daarover wel een opslag rekenen.
Valkuilen
- Marge en opslag door elkaar halen. Spreek met je leverancier of afnemer af welke van de twee je bedoelt.
- Kortingen vergeten. Een korting van 10% op de verkoopprijs gaat helemaal van je winst af. Bij 40% marge houd je daarna nog 33,3% over.
- Verzendkosten en betaalkosten weglaten. Tel ze mee in je inkoopprijs als je ze per stuk betaalt.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de marge?
Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Hoe bereken ik de verkoopprijs bij een gewenste marge?
Reken ik de marge met of zonder btw?
Wat is een goede winstmarge?
Bronnen en controle
- Ondernemersplein: kostprijs en verkoopprijs berekenen
- Belastingdienst: margeregeling
- Belastingdienst: goederen met 9% btw
Bedragen gecontroleerd op 24 oktober 2026. De bedragen voor 2027 komen uit het Belastingplan 2027 en zijn voorlopig tot het is aangenomen.
Datakoning geeft geen belastingadvies. De uitkomsten zijn een indicatie. Twijfel je, vraag het een boekhouder of de Belastingdienst.