DatakoningGratis factuur maken

Marge berekenen

Vul je inkoopprijs en verkoopprijs in en zie je marge en je opslag. Of kies een gewenste marge en de rekenhulp geeft de verkoopprijs die daarbij hoort.

Bedragen 2026 en 2027 · gecontroleerd op 24 oktober 2026 Bron: Belastingdienst

Marge berekenen

Wat wil je weten?

Marge

–

Een ondernemer verdeelt de verkoopopbrengst in inkoopkosten en brutowinst; de winst vormt een deel van het totaal.

Marge berekenen gaat zo: verkoopprijs min inkoopprijs, gedeeld door de verkoopprijs. Koop je een product in voor € 60 en verkoop je het voor € 100, dan verdien je € 40 en is je marge 40%. De rekenhulp hierboven rekent het in twee richtingen: van prijzen naar marge, en van een gewenste marge naar een verkoopprijs.

Marge berekenen met de rekenhulp

Kies eerst wat je wilt weten.

  • Mijn marge: je vult de inkoopprijs en de verkoopprijs in, allebei zonder btw. Je ziet je marge, je brutowinst per stuk en je opslag.
  • Mijn verkoopprijs: je vult de inkoopprijs en de marge in die je wilt halen. De rekenhulp geeft de verkoopprijs zonder btw.

In de tabel staat onderaan ook de verkoopprijs met 21% btw. Verkoop je iets met het lage tarief van 9%, zoals boeken of bloemen, reken het bedrag met btw dan uit met de btw-rekenhulp.

Marge en opslag: wat is het verschil?

Marge en opslag gaan over dezelfde winst, maar je vergelijkt die met een ander bedrag.

  • Marge = winst ÷ verkoopprijs. Welk deel van je verkoopprijs is voor jou?
  • Opslag = winst ÷ inkoopprijs. Hoeveel procent zet je bovenop je inkoop?

Bij inkoop € 60 en verkoop € 100 is de winst € 40. De marge is 40% (40 van 100), de opslag 66,7% (40 van 60).

De opslag is altijd hoger dan de marge. Dit lijstje helpt bij het omrekenen:

MargeOpslag
20%25%
25%33,3%
33,3%50%
40%66,7%
50%100%

De formule: opslag = marge ÷ (1 − marge). Andersom: marge = opslag ÷ (1 + opslag).

De bekendste rekenfout

Wie 40% marge wil, rekent vaak: € 60 plus 40% is € 84. Maar dan is je winst € 24, en dat is maar 28,6% van € 84. Je zit dus ver onder je doel.

De juiste som: inkoopprijs ÷ (1 − marge). Dus € 60 ÷ 0,6 = € 100. Dat doet de rekenhulp als je “Mijn verkoopprijs” kiest.

Houd de btw buiten je marge

Reken altijd met prijzen zonder btw. De btw die je klant betaalt, draag je af aan de Belastingdienst. De btw op je inkoop krijg je meestal terug. Geen van beide is dus omzet of kosten.

Stel, je verkoopt een product voor € 100 zonder btw. Je particuliere klant betaalt € 100 plus 21% btw. Reken je je marge over het bedrag met btw, dan lijkt hij hoger dan hij is. Haal de btw er dus eerst af met de btw-rekenhulp, en reken dan pas.

Een uitzondering: gebruik je de KOR (de kleineondernemersregeling), dan reken je geen btw en krijg je ook geen btw terug op je inkoop. Dan is je inkoopprijs inclusief btw je echte kostprijs.

Niet verwarren met de margeregeling. Handel je in gebruikte goederen die je zonder btw hebt ingekocht, zoals tweedehands spullen van particulieren, dan kun je de margeregeling gebruiken. Je betaalt dan btw over het verschil tussen inkoop en verkoop, niet over de hele verkoopprijs. Dat is een btw-regel met eigen voorwaarden, zie de Belastingdienst.

Winstmarge berekenen over een heel jaar

De marge per product heet ook brutomarge. Daar moet je nog meer van betalen: huur, verzekeringen, software, marketing en je eigen inkomen. Wat overblijft na al die kosten is je nettowinstmarge.

Een voorbeeld voor een kleine webwinkel:

Per jaar
Omzet (zonder btw)€ 80.000
Inkoop van de verkochte producten− € 48.000
Brutowinst (brutomarge 40%)€ 32.000
Overige kosten: webwinkel, verzending, marketing− € 12.000
Winst voor belasting€ 20.000
Nettowinstmarge25%

Die € 20.000 is de winst waarover je nog inkomstenbelasting betaalt. Wat je netto overhoudt, zie je met de rekenhulp bruto-netto voor zzp’ers. Is dat te weinig, dan heb je drie knoppen: een hogere marge, meer omzet of lagere kosten.

Marge op diensten

Verkoop je vooral je eigen tijd, dan heb je weinig inkoop en zegt een marge per product weinig. Reken dan liever vanaf je uurtarief: wat moet je per uur vragen om je kosten en je inkomen te halen? Dat doe je met de rekenhulp uurtarief berekenen. Zet je materiaal door aan een klant, dan kun je daarover wel een opslag rekenen.

Valkuilen

  • Marge en opslag door elkaar halen. Spreek met je leverancier of afnemer af welke van de twee je bedoelt.
  • Kortingen vergeten. Een korting van 10% op de verkoopprijs gaat helemaal van je winst af. Bij 40% marge houd je daarna nog 33,3% over.
  • Verzendkosten en betaalkosten weglaten. Tel ze mee in je inkoopprijs als je ze per stuk betaalt.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de marge?
Trek de inkoopprijs af van de verkoopprijs en deel het verschil door de verkoopprijs. Koop je in voor € 60 en verkoop je voor € 100, dan is je marge € 40 gedeeld door € 100, dus 40%.
Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Marge reken je over de verkoopprijs, opslag over de inkoopprijs. Bij inkoop € 60 en verkoop € 100 is de marge 40% en de opslag 66,7%. Het gaat om dezelfde € 40 winst, alleen vergeleken met een ander bedrag.
Hoe bereken ik de verkoopprijs bij een gewenste marge?
Deel de inkoopprijs door 1 min de marge. Wil je 40% marge op een product van € 60, dan is het € 60 gedeeld door 0,6, dus € 100. Kies in de rekenhulp ‘Mijn verkoopprijs’ om dat uit te rekenen.
Reken ik de marge met of zonder btw?
Zonder btw. De btw die je klant betaalt, draag je af aan de Belastingdienst; die is niet van jou. Reken daarom met de inkoop- en verkoopprijs zonder btw.
Wat is een goede winstmarge?
Dat verschilt sterk per branche. Belangrijker is of je marge genoeg is om je vaste kosten en je eigen inkomen te betalen. Reken dat na met je omzet per jaar, zoals in het voorbeeld in de tekst.

Bronnen en controle

Bedragen gecontroleerd op 24 oktober 2026. De bedragen voor 2027 komen uit het Belastingplan 2027 en zijn voorlopig tot het is aangenomen.

Datakoning geeft geen belastingadvies. De uitkomsten zijn een indicatie. Twijfel je, vraag het een boekhouder of de Belastingdienst.